Gasflessen veilig opslaan in België: regels, risico’s en praktische aandachtspunten voor bedrijven
Geschreven op 07/10/2026Gasflessen vind je in heel wat bedrijven. Zuurstof voor technische toepassingen, acetyleen voor laswerk, stikstof, argon, CO₂, propaan… Vaak gaat het maar om enkele flessen, maar naarmate het aantal en de verscheidenheid toenemen, wordt ook de opslag een belangrijk aandachtspunt. Want een gasfles is niet zomaar een recipiënt. Ze staat onder druk en het opgeslagen gas kan bovendien brandbaar, oxiderend, toxisch of inert zijn. De juiste opslag begint daarom met een eenvoudige vraag: Welke gassen slaan we op en welke risico's brengen ze met zich mee?
Niet alle gassen zijn hetzelfde
Voor de opslag maakt het een groot verschil of het gaat om bijvoorbeeld acetyleen, zuurstof of stikstof. Binnen de Vlaamse regelgeving worden gevaarlijke gassen onder meer onderscheiden volgens hun eigenschappen. Ook bij de inrichting van een opslagplaats moet rekening worden gehouden met die verschillen. Zo kunnen tussen bepaalde groepen gassen scheidingsafstanden van toepassing zijn.
Een klassiek voorbeeld is de combinatie van brandbare en oxiderende gassen. Zuurstof is zelf niet brandbaar, maar bevordert de verbranding. Het samenbrengen van zuurstof en een brandbaar gas zoals acetyleen of propaan vraagt daarom bijzondere aandacht.
Het uitgangspunt is eenvoudig: kijk niet alleen naar het aantal flessen, maar vooral naar wat erin zit.
Binnen of buiten opslaan?
Een tweede belangrijke keuze is de locatie. Waar mogelijk biedt een goed ontworpen buitenopslag een belangrijk voordeel: bij een eventueel lek kan gas zich gemakkelijker verspreiden. Maar ook een buitenopslag moet correct worden ingericht. Denk onder andere aan voldoende ventilatie, bescherming tegen aanrijding en omvallen, toegankelijkheid voor bevoegde personen en het vermijden van ongewenste warmtebelasting. VLAREM maakt daarbij expliciet onderscheid tussen een open en een gesloten opslagplaats. Een ruimte die voor meer dan drie vierde van haar omtrek gesloten is, wordt als een gesloten opslagplaats beschouwd.
Een gasflessenkooi of -depot moet dus niet alleen bescherming bieden. Ventilatie blijft essentieel.
Zorg dat gasflessen niet kunnen omvallen
Het lijkt vanzelfsprekend, maar de fysieke opstelling blijft een belangrijk onderdeel van veilige gasflessenopslag.
Gasflessen moeten stabiel worden geplaatst en beschermd zijn tegen omvallen en aanrijden. In de praktijk gebeurt dat bijvoorbeeld met kettingen, beugels of aangepaste houders. Ook moeten ze goed bereikbaar blijven. Vlaamse vergunningsdossiers tonen dat deze aspecten daadwerkelijk worden meegenomen bij de beoordeling van gasflessenopslag.
Ook volle en lege flessen duidelijk van elkaar scheiden en identificeren is een goede praktijk. Een lege gasfles is bovendien niet noodzakelijk volledig gasvrij en moet dus nog steeds correct worden behandeld. De Belgische SOBANE-richtlijn beveelt een afzonderlijke en duidelijk geïdentificeerde opslag van volle en lege flessen aan.
Hoe zit het met afstanden?
Dit is een vraag die we bij Protecta Solutions regelmatig krijgen:
Hoe ver moeten verschillende gasflessen van elkaar of van de omgeving staan?
Daar bestaat geen correct universeel getal voor.
De vereiste afstand hangt onder andere af van de eigenschappen van de gassen, de opgeslagen hoeveelheden, de inrichting van de opslagplaats en de aanwezigheid van veiligheidsschermen. VLAREM bevat hiervoor specifieke bepalingen en afstandstabellen. Ook voorwaarden uit de omgevingsvergunning kunnen van belang zijn.
Daarom is het riskant om bijvoorbeeld te stellen dat gasflessen altijd vijf meter van elkaar moeten staan. In bepaalde situaties kan 5 meter inderdaad van toepassing zijn, maar niet voor iedere combinatie of opslag.
Eerst de gassen classificeren, daarna de vereiste scheiding bepalen.
Veilig opslaan begint met de juiste vragen
Een veilige opslag van gasflessen begint niet bij de keuze van een opslagvoorziening, maar bij een goede beoordeling van de situatie.
Welke gassen zijn aanwezig? In welke hoeveelheden? Kunnen ze samen worden opgeslagen? Is de opslag voldoende geventileerd? Zijn de flessen beschermd tegen omvallen en aanrijding? En gelden er specifieke afstandsregels ten opzichte van andere gassen, gebouwen of activiteiten?
Door die vragen vooraf te beantwoorden, kan worden bepaald hoe de opslagplaats veilig en praktisch moet worden ingericht.
Daarbij is het belangrijk om niet alleen naar de huidige situatie te kijken. Ook wijzigingen in het aantal gasflessen, het type gas of het gebruik van de opslagplaats kunnen aanleiding zijn om de risicoanalyse opnieuw te bekijken.
Veilige gasflessenopslag begint dus met weten wat je opslaat, waar je het opslaat en welke risico's daarmee verbonden zijn.
ACT. PROTECT. SMILE.